Veiligheidsadviseur conform richtlijn 96/35/EG

De recente ongevallen met gevaarlijke stoffen maken weer duidelijk, waarom een veilige uitvoering van het transport van gevaarlijke stoffen van groot belang is. Verscherpte aandacht voor de juiste uitvoering van de ADR regelgeving is dan ook van belang.

Met ingang van 1 januari 2000 geldt een Europese richtlijn(96/35/EG).

In overeenstemming met deze Richtlijn zijn de lidstaten verplicht om ervoor te zorgen dat de ondernemingen waarvan de bedrijvigheid het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren, of de met dit vervoer samenhangende laad- en loswerkzaamheden omvat, een of meer veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen aanwijzen.

De veiligheidsfunctionaris heeft als taak om met alle mogelijke middelen en maatregelen er voor te zorgen dat het vervoer van gevaarlijke goederen, en alle aan dit soort activiteiten verbonden gevaren, zo veilig mogelijk verloopt.

Zodanig dat de veiligheid van personen, bezittingen of het milieu is geborgd.

Deze verplichting geldt wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de vrijstellingsgrenzen van het ADR.

Bedrijven kunnen een eigen veiligheidsadviseur aanstellen of gebruik maken van een externe veiligheidsadviseur, die persoonlijk gecertificeerd moet zijn. Het certificaat is 5 jaar geldig.

Volgens de Europese Richtlijn is de veiligheidsadviseur in het bijzonder belast met de navolgende taken:

- nagaan of vervoersvoorschriften correct toegepast worden.

- de onderneming van advies dienen bij de werkzaamheden die de gevaarlijke stoffen betreffen.

- het opmaken van een jaarverslag over de activiteiten.

 

Overige taken kunnen zijn:

- bestudering en opstellen van werkwijzen die de naleving van de voorschriften betreffende het identificeren van de gevaarlijke goederen ten doel hebben;

- advisering bij aankoop van vervoersmiddelen of bijzondere behoeften, zoals uitrustingsstukken, betrekking hebbende op de gevaarlijke goederen;

- het vaststellen of betrokken werknemers een passende opleiding hebben genoten en aantekeningen daarvan in persoonlijke dossiers zijn opgenomen;

- het opzetten van passende noodprocedures bij ongevallen;

- het verrichten van analyses en het zonodig opstellen van rapporten van ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken;

- het invoeren van passende maatregelen om herhaling van ongevallen, voorvallen of ernstige inbreuken te voorkomen;

- het controleren of het personeel dat werkzaamheden met gevaarlijke goederen verricht de beschikking heeft over gedetailleerde uitvoeringsprocedures en instructies;

- het invoeren van maatregelen voor de bewustmaking voor de gevaren die verbonden zijn aan de werkzaamheden met gevaarlijke stoffen;

- het invoeren van controlemethoden om ervoor te zorgen dat de veiligheidsdocumenten en -uitrustingen die het vervoer moeten begeleiden, zich aan boord van de vervoersmiddelen bevinden en conform de voorschriften zijn;

- het invoeren van controlemethoden die erop gericht zijn dat de voorschriften met betrekking tot het laden en het lossen worden nageleefd.

 

De richtlijn is niet van toepassing op:

 

1. Vervoer op gezag van de militaire autoriteiten;

 

2. Activiteiten die betrekking hebben op beperkte hoeveelheden waarvan de maxima in de richtlijn zijn gepreciseerd;

 

3. Ondernemingen die slechts incidenteel binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen of met dat vervoer samenhangende laad- of loswerkzaamheden verrichten die een minimale mate van gevaar of verontreiniging inhouden.